ECLI:NL:RBUTR:2010:BO4289
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.A. Messer
- G.V.M. Veldhoen
- M.E. Heinemann
- Rechtspraak.nl
Geen overeenkomst en geen vergoeding bij afgebroken onderhandelingen tussen Senators en Adecco
Senators, bestaande uit [eiser sub 1], Scotia Holding B.V. en [eiser sub 3], vorderde betaling van ruim 19 miljoen euro van Adecco wegens vermeende nakoming van een samenwerkingsovereenkomst. Adecco voerde verweer dat geen overeenkomst was gesloten en dat de onderhandelingen vrij mochten worden afgebroken.
De rechtbank stelde vast dat partijen geen Letter of Intent (LOI) hadden getekend en geen overeenstemming hadden bereikt over de essentiële onderdelen van de business deal, ondanks meerdere versies en besprekingen. De uitvoering van een roadshow en het verstrekken van visitekaartjes waren onvoldoende om een overeenkomst aan te nemen.
Verder oordeelde de rechtbank dat Adecco het recht had om de onderhandelingen te beëindigen, omdat Senators niet gerechtvaardigd mocht vertrouwen op het tot stand komen van een definitieve overeenkomst. Ook de subsidiaire vorderingen wegens onrechtmatig afbreken van onderhandelingen en vergoeding van negatief contractsbelang werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
De rechtbank veroordeelde Senators tot betaling van de proceskosten aan Adecco en wees alle vorderingen af. Adecco zal wel de reeds toegezegde bedragen van 60.000 euro betalen.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat geen overeenkomst tot stand is gekomen en wijst de vorderingen van Senators af.