ECLI:NL:RBUTR:2010:BO4322
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vorderingen inzake archiefinzage in faillissementsprocedure Landis Group
De curatoren van de failliete Landis Group vorderen hoofdelijk aansprakelijkheid van voormalig bestuurders, commissarissen en Ernst & Young wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur en toezicht. De bestuurders en commissarissen stelden incidenteel vorderingen tot ordening, inzage en afschrift van het archief en digitale bestanden van Landis, om hun verweer in de hoofdzaak te kunnen formuleren.
De rechtbank oordeelt dat de vorderingen op grond van artikel 223 Rv Pro falen omdat de gevorderde voorlopige voorzieningen niet samenhangen met de hoofdvordering maar slechts dienen om de verweermogelijkheden te verbeteren. Ook op grond van artikel 843a Rv worden de vorderingen afgewezen omdat de bestuurders en commissarissen geen specifieke stukken hebben genoemd, terwijl zij geacht worden bekend te zijn met het archief.
De rechtbank stelt vast dat geen zelfstandig schaduwarchief bestaat, maar dat alle stukken deel uitmaken van het archief bij Saan Archiefbeheer. De curatoren hebben voldoende inzagemogelijkheden geboden en de bestuurders hebben geen concreet bewijs geleverd van achterhouding of verdwijning van stukken.
De incidentele vordering tot oproeping in vrijwaring van diverse banken wordt toegewezen. De proceskosten van het incident worden verdeeld: de bestuurders worden veroordeeld in de kosten van het incidentele verzoek tot archiefinzage, terwijl de kosten van het vrijwaringsincident worden gecompenseerd.
De uitspraak benadrukt het belang van specificatie bij inzagevorderingen en bevestigt dat toegang tot alle bewijsmiddelen niet zonder meer kan worden geëist, mede gelet op het beginsel van equality of arms en fair play.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen tot ordening en inzage van het archief af en compenseert de proceskosten van het vrijwaringsincident.