ECLI:NL:RBUTR:2010:BO4968
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. van Maanen
- L.E. Verschoor-Bergsma
- Y.A.T. Kruijer
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel uit hennepkwekerij vastgesteld op €9.492,71
De rechtbank Utrecht heeft op 7 oktober 2010 uitspraak gedaan in een ontnemingszaak tegen verdachte die veroordeeld is voor medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet en diefstal door meerdere personen. De zaak betreft een hennepkwekerij met 576 planten die gedurende de periode van 3 juni 2009 tot en met 5 augustus 2009 werd geëxploiteerd.
De officier van justitie vorderde ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel, aanvankelijk gesteld op een maximumbedrag van €55.768,53, gedeeld door drie betrokkenen. De rechtbank heeft de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel kritisch beoordeeld, waarbij zij onder meer uitging van 576 planten, een opbrengstprijs van €2,37 per gram hennep en volledige aftrek van investeringskosten van €7.000,00.
De verdediging bracht diverse bezwaren in tegen de berekening, waaronder het aantal planten, de verkoopprijs per gram, afschrijvingskosten, knipperskosten en huurkosten. De rechtbank verwierp deze bezwaren deels, onder meer omdat onvoldoende duidelijkheid bestond over de rolverdeling van betrokkenen en omdat verdachte zelf verklaarde de woning als woonruimte te hebben gebruikt.
Uiteindelijk stelde de rechtbank het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €28.478,14, gedeeld door drie personen, waardoor het bedrag waarop de ontnemingsverplichting wordt gelegd €9.492,71 bedraagt. De rechtbank legde de verplichting op aan verdachte tot betaling van dit bedrag aan de staat.
Uitkomst: De rechtbank legt een betalingsverplichting van €9.492,71 op aan verdachte ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.