ECLI:NL:RBUTR:2010:BO5230
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek inzage dossier op grond van Wet bescherming persoonsgegevens wegens niet-toepasselijkheid
Verzoekster heeft bij de Commissie Ongewenste Omgangsvormen (COO) een klacht ingediend, waarna een dossier is aangelegd. Zij verzocht Amfors Holding B.V. om kopieën van stukken uit dit dossier, maar dit verzoek werd geweigerd. Vervolgens diende verzoekster een verzoek in bij de rechtbank op grond van artikel 46 lid 1 Wbp Pro om verstrekking van deze kopieën.
Amfors stelde dat de Wbp niet van toepassing is omdat het dossier een persoonlijk, niet-gestructureerd dossier betreft en geen bestand in de zin van de Wbp. De rechtbank overwoog dat de Wbp alleen geldt voor persoonsgegevens die in een bestand zijn opgenomen, waarbij een bestand een gestructureerd geheel van persoonsgegevens betreft dat betrekking heeft op verschillende personen.
De rechtbank oordeelde dat het dossier slechts betrekking heeft op de klacht van verzoekster en geen gestructureerd bestand is met persoonsgegevens van verschillende personen. Ook is niet gebleken dat de COO een verzameling klachtdossiers beheert die als bestand kan worden aangemerkt. Daarom is de Wbp niet van toepassing en wordt het verzoek afgewezen.
De rechtbank merkte op dat het beroep op het Reglement voorkoming ongewenst gedrag niet in deze procedure kan worden getoetst. De vordering tot verstrekking van kopieën wordt afgewezen en de overige verweren behoeven geen bespreking.
Uitkomst: Het verzoek tot verstrekking van kopieën uit het dossier wordt afgewezen omdat de Wbp niet van toepassing is.