ECLI:NL:RBUTR:2010:BO5359
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing loonvordering na overgang onderneming en CAO-loonsverhogingen
Werknemer was in dienst bij verschillende rechtsvoorgangers en uiteindelijk bij VCC Groep B.V. na overgang van een onderdeel van de onderneming van Interpolis. Hij vordert loonsverhogingen die na de overgang voortvloeiden uit de CAO van Interpolis, waarin hij was ingedeeld, maar VCC is geen partij bij deze CAO. Wel had VCC een akkoord gesloten waarin zij een perspectiefgarantie overnam.
De kantonrechter oordeelt dat op grond van artikel 14a Wet CAO de rechten uit de CAO alleen overgaan voor de geldingsduur van de CAO die ten tijde van de overgang liep. Deze duur was verstreken vóór de eerste loonsverhoging waarop werknemer zich beroept. Incorporatie van de CAO in de arbeidsovereenkomst geeft geen recht op latere CAO-loonsverhogingen.
De perspectiefgarantie houdt slechts het uitzicht op doorgroei naar het maximum van de oude salarisschaal vermeerderd met 5,33% in, niet op toekomstige loonsverhogingen. VCC heeft zich niet verbonden tot meer dan het handhaven van de rechtspositie per overgangsdatum. De vordering wordt afgewezen en werknemer wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot loonsverhogingen na overgang van onderneming wordt afgewezen wegens verlopen geldingsduur van de CAO en beperkte perspectiefgarantie.