ECLI:NL:RBUTR:2010:BO5684
Rechtbank Utrecht
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering schaatscoach tegen KNSB inzake bestuursbesluit na omkoopschandaalonderzoek
De zaak betreft een vordering van een schaatscoach tegen de Koninklijke Nederlandsche Schaatsenrijders Bond (KNSB) om bestuursbesluiten in te trekken die voortvloeiden uit een onderzoek naar een vermeend omkoopschandaal tijdens de Olympische Spelen van Turijn 2006.
De coach werd beschuldigd van het aanbieden van geld aan een Poolse schaatster om niet deel te nemen aan een wedstrijd, wat leidde tot een onderzoek door een commissie die stelde dat er sprake was van een schending van normen als fairplay en respect. Op basis van dit onderzoek nam het bestuur van de KNSB maatregelen tegen de coach, waaronder het niet in aanmerking laten komen voor een trainerslicentie en het niet samenwerken met de bond.
De coach stelde dat de tuchtcommissie bevoegd had moeten zijn en dat de procedures niet correct waren gevolgd, waaronder het ontbreken van hoor en wederhoor. De voorzieningenrechter oordeelde echter dat de tuchtregels niet van toepassing waren omdat de coach geen lid was ten tijde van het besluit en dat de maatregelen geen strafmaatregelen waren, maar uiting van contractsvrijheid van de KNSB.
De rechter concludeerde dat het besluit niet onrechtmatig was en wees de vorderingen af. De coach werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst de vorderingen van de schaatscoach af en veroordeelt haar in de proceskosten.