ECLI:NL:RBUTR:2010:BO6811
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid Defam en VIP voor onvoldoende waarschuwing restschuld aandelenleaseovereenkomst
Eisers stelden dat zij niet op duidelijke wijze waren gewaarschuwd voor de mogelijkheid van een restschuld bij het aangaan van aandelenleaseovereenkomsten via Defam en VIP. De rechtbank onderzocht verklaringen van partijen, waaronder die van financieel adviseur [A] en de eisers zelf, en concludeerde dat de risico's van een restschuld niet indringend en ondubbelzinnig waren toegelicht.
Defam en VIP werden verweten tekort te zijn geschoten in hun zorgplicht en onderzoeksplicht. Hoewel Defam een summiere inkomenstoets had uitgevoerd, ontbrak een adequaat onderzoek naar de vermogenspositie van eisers. VIP had niet voldoende gewaarschuwd voor de risico's. De rechtbank oordeelde dat de financiële last voor eisers niet onaanvaardbaar zwaar was, zodat Defam het aangaan van de overeenkomst niet had hoeven afraden.
Op grond van jurisprudentie van de Hoge Raad werd vastgesteld dat Defam en VIP hoofdelijk aansprakelijk zijn voor 60% van de restschuld, exclusief de betaalde rente die volledig voor rekening van eisers blijft. De wettelijke rente over het toegewezen bedrag wordt vanaf het einde van de overeenkomst toegewezen. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Defam en VIP worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van 60% van de restschuld aan eisers met wettelijke rente vanaf 29 augustus 2008.