ECLI:NL:RBUTR:2010:BO6888
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid huisarts bij vertraagde diagnose en behandeling hartinfarct
Een vrouw van 37 jaar ontwikkelde in juli 2003 pijnklachten in haar linkerarm, vingers en schouder. Ondanks medicatie bleven de klachten aanhouden. Op 23 augustus ervoer zij ook benauwdheid en bezocht de huisartsenpost, waar hyperventilatie werd vastgesteld. Op 25 augustus bezocht zij haar eigen huisarts die spier- en peespijn als diagnose stelde en medicatie voorschreef. Op 29 augustus kreeg zij hevige pijnklachten met misselijkheid en zweten en belde de huisartsenpost. De dienstdoende huisarts stelde telefonisch de diagnose slijmbeursontsteking zonder lichamelijk onderzoek. De volgende ochtend werd een groot hartinfarct vastgesteld en zij werd gedotterd, maar met blijvende hartschade.
De vrouw vordert schadevergoeding wegens beroepsfouten van haar eigen huisarts en de huisarts van de huisartsenpost. De rechtbank stelt vast dat de huisarts van de huisartsenpost aansprakelijk is voor de extra schade die is ontstaan doordat hij geen lichamelijk onderzoek verrichtte, waardoor de behandeling vertraagd werd. De eigen huisarts wordt niet direct aansprakelijk gehouden; de rechtbank laat een deskundigenbericht opstellen om te beoordelen of hij op 25 augustus met spoed had moeten doorverwijzen naar een cardioloog en of dat het infarct had kunnen worden voorkomen.
De rechtbank houdt alle verdere beslissingen aan en stelt dat de aansprakelijkheid van de huisarts van de huisartsenpost en diens verzekeraar beperkt is tot ongeveer 14% van de totale schade, omdat het grootste deel van de hartbeschadiging al was opgetreden voor het moment van het telefoontje. De zaak wordt voortgezet na deskundigenonderzoek.
Uitkomst: Huisarts van huisartsenpost aansprakelijk voor 14% extra hartschade door nalaten onderzoek; aansprakelijkheid eigen huisarts nader onderzocht.