ECLI:NL:RBUTR:2010:BO7388
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Erfgenaam verbeurt aanspraak wegens opzettelijk zoekmaken vermogensbestanddelen nalatenschap
In deze civiele procedure staat centraal de vraag of erfgenaam [C] zijn aanspraak op de nalatenschap van [A] heeft verbeurd door het zoekmaken van vermogensbestanddelen. Eiser vordert onder meer een verklaring voor recht dat [C] zijn aandeel in de nalatenschap heeft verbeurd en betaling van een bedrag van €119.772,15 vermeerderd met wettelijke rente.
De rechtbank beoordeelt diverse getuigenverklaringen en stukken, waaronder verklaringen over geldvorderingen en de verkoop van aandelen Philips. De rechtbank concludeert dat eiser niet heeft bewezen dat [B] een lening van NLG 110.198,- of NLG 30.000,- van [A] heeft ontvangen. Wel is vastgesteld dat [C] opzettelijk vermogensbestanddelen, waaronder de verkoopopbrengst van een woning en sieraden, heeft zoek gemaakt.
De rechtbank verklaart dat de aanspraken van [A] op [C] tot een bedrag van €119.772,15 zijn verbeurd ten gunste van eiser. De vordering tot betaling van dit bedrag door de nalatenschap [C] wordt afgewezen, aangezien eiser is aangewezen op de wettelijke vereffeningsregeling. De proceskosten worden deels toegewezen aan eiser en deels aan gedaagde.
Uitkomst: De rechtbank verklaart dat erfgenaam [C] zijn aandeel in de nalatenschap heeft verbeurd en veroordeelt hem in de proceskosten.