ECLI:NL:RBUTR:2010:BO8073
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.J. Grapperhaus
- I. Bruna
- D.A.C. Koster
- Rechtspraak.nl
Veroordeling van twee broers voor mensenhandel en verduistering met werkstraf
De rechtbank Utrecht heeft op 13 december 2010 uitspraak gedaan in de strafzaak tegen twee broers uit Zeist, verdacht van mensenhandel en oplichting. De oudste broer werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 26 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en een werkstraf van 240 uur. De rechtbank achtte bewezen dat zij zich schuldig maakten aan mensenhandel met vijf meisjes, waarbij misbruik werd gemaakt van hun kwetsbare positie, en verduistering van geldbedragen.
De rechtbank oordeelde dat sprake was van uitbuiting door misbruik van overwicht, misleiding en het beperken van de persoonlijke vrijheid van de slachtoffers. De broers verdeelden de verdiensten uit prostitutie en hielden grote delen van het geld achter, onder het mom van sparen of belastingafdracht, wat niet plaatsvond. Verdachte had een kleinere rol dan zijn broer, maar was medepleger. Voor de oplichtingsfeiten was onvoldoende wettig bewijs, waardoor verdachte daarvan werd vrijgesproken.
De rechtbank wees de schadevergoedingsvorderingen van de benadeelden deels toe, tot een totaalbedrag van tienduizenden euro's, en legde een schademaatregel op. De werkstraf wordt omgezet in 120 dagen gevangenisstraf indien niet naar behoren uitgevoerd. De rechtbank oordeelde dat de politie niet bewust de procesorde had geschonden, maar benoemde wel onvolkomenheden in het onderzoek die geen afbreuk deden aan het recht op een eerlijk proces.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 26 maanden gevangenisstraf waarvan 12 maanden voorwaardelijk en een werkstraf van 240 uur wegens medeplegen mensenhandel en verduistering.