ECLI:NL:RBUTR:2010:BO9560
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.W.G. de Beer
- Z.J. Oosting
- Y.A.T. Kruijer
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen diefstal met geweld in kinderdagverblijf en bedreiging agent
Op 7 oktober 2010 werd ingebroken in een kinderdagverblijf te Utrecht waarbij goederen werden weggenomen en geweld werd gebruikt tegen een politieagent. Verdachte en zijn broer waren betrokken bij deze inbraak. Verdachte werd afgeluisterd op basis van onjuiste informatie, wat een onherstelbaar vormverzuim opleverde, maar de rechtbank besloot de tapgesprekken toch als bewijs te gebruiken.
De rechtbank achtte bewezen dat verdachte samen met zijn broer het kinderdagverblijf had betreden en dat zijn broer de politie bedreigde met een schroevendraaier, terwijl verdachte vluchtte. Uit telefoongesprekken en een opgenomen gesprek in de Justitiële Jeugdinrichting Eikenstein bleek dat verdachte op de vlucht was, gewond raakte en contact zocht met anderen om hulp.
De verdediging voerde aan dat verdachte geen aandeel had in het geweld en dat de tapgesprekken uitgesloten moesten worden, maar dit werd door de rechtbank verworpen. Verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier maanden met aftrek van voorarrest en werd tevens veroordeeld tot betaling van een immateriële schadevergoeding van €150 aan het slachtoffer, een politieagent die bedreigd werd.
De rechtbank hield rekening met de ernst van het feit, de impact op het slachtoffer, het strafblad van verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden, waaronder zijn jonge leeftijd en bovengemiddelde intelligentie. Verdachte werd vrijgesproken van overige tenlasteleggingen die niet wettig en overtuigend bewezen konden worden.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 4 maanden gevangenisstraf en betaling van €150 immateriële schadevergoeding voor medeplegen diefstal met geweld en bedreiging van een politieagent.