ECLI:NL:RBUTR:2010:BO9744
Rechtbank Utrecht
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid vordering op grond van artikel 843a Rv in kort geding ondanks aanhangige bodemprocedure
Prorail vordert in kort geding dat Railion een afschrift van een brondocument verstrekt aan de deskundige die onderzoek doet naar een ontsporing van een goederentrein in Venlo in 2004. Dit brondocument is van belang voor het deskundigenonderzoek in de bodemprocedure die Prorail tegen Railion heeft aangespannen wegens schadevergoeding.
Railion voert verweer en stelt dat Prorail niet ontvankelijk is omdat de vordering op grond van artikel 843a Rv in de bodemprocedure had moeten worden ingesteld en dat de voorzieningenrechter niet bevoegd is om een beslissing te nemen die onomkeerbare gevolgen heeft. De voorzieningenrechter oordeelt echter dat artikel 843a Rv een zelfstandige rechtsgang biedt en dat de aanhangige bodemprocedure geen beletsel vormt voor het instellen van een aparte vordering in kort geding.
De voorzieningenrechter stelt vast dat Prorail een rechtmatig en spoedeisend belang heeft bij de vordering, dat het brondocument nauwkeurig is omschreven en dat het verband houdt met de rechtsbetrekking tussen partijen. Railion heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat er gewichtige redenen zijn om het document niet te verstrekken.
Daarom wordt Railion veroordeeld om binnen 24 uur na betekening van het vonnis het gevorderde afschrift aan de deskundige te verstrekken, met een dwangsom voor het geval van niet-naleving. De vordering wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en Railion wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Railion wordt veroordeeld om binnen 24 uur het gevorderde brondocument aan de deskundige te verstrekken onder dwangsom.