ECLI:NL:RBUTR:2010:BO9763
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak afpersing en diefstal, veroordeling opzetheling fiets
De rechtbank Utrecht behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van afpersing, diefstal en opzetheling. Verdachte bekende de verkoop van een fiets, maar ontkende te weten dat deze gestolen was. De rechtbank vond onvoldoende bewijs voor afpersing en diefstal en sprak verdachte daarvan vrij.
Voor het subsidiair ten laste gelegde feit van opzetheling van een fiets achtte de rechtbank het wettig en overtuigend bewezen dat verdachte wist dat de fiets gestolen was. Dit bleek uit verklaringen van getuigen en de omstandigheden waaronder de fiets werd verkocht.
De rechtbank hield rekening met eerdere veroordelingen van verdachte en een recente gevangenisstraf. Gezien de ernst van het feit en de omstandigheden werd een gevangenisstraf van twee weken opgelegd, waarbij de tijd in voorarrest in mindering wordt gebracht.
De rechtbank wees de vordering van de officier van justitie tot een langere gevangenisstraf af, omdat alleen het subsidiair ten laste gelegde feit bewezen werd. De verdediging had verzocht om een voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden, maar de rechtbank zag geen ruimte voor een lichtere sanctie.
Het vonnis werd uitgesproken op 6 december 2010 door een meervoudige kamer van de rechtbank Utrecht.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot twee weken gevangenisstraf voor opzetheling van een gestolen fiets, vrijgesproken van afpersing en diefstal.