ECLI:NL:RBUTR:2010:BP0112
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken van bewezenverklaring dwang bij verkrachting ex-vriendin
De rechtbank Utrecht behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van verkrachting en mishandeling van zijn ex-vriendin. De tenlastelegging betrof onder meer het feit dat verdachte zijn ex-vriendin zou hebben verkracht door dwang uit te oefenen. De rechtbank oordeelde dat om tot een bewezenverklaring te komen, moest worden vastgesteld dat het slachtoffer in redelijkheid geen weerstand kon bieden tegen de seksuele handelingen.
Uit het dossier bleek dat verdachte en aangeefster een intieme relatie hadden gehad die was beëindigd, maar dat zij daarna nog herhaaldelijk vrijwillig geslachtsgemeenschap hadden gehad in het huis van de vader van verdachte. De verklaringen van het slachtoffer werden niet ondersteund door steunbewijs en er was geen wettig en overtuigend bewijs van zodanige psychische druk dat dit als dwang kon worden aangemerkt.
De rechtbank nam mee dat het slachtoffer niet in een geïsoleerde positie verkeerde en normaal contact had met ouders en vriendinnen. Ook het geringe leeftijdsverschil en het voortgezet contact na de aangifte wezen niet op een dwangpositie. De verdediging stelde dat de aangifte mede voortkwam uit angst om haar ouders te vertellen over haar seksuele activiteit en abortussen. De rechtbank volgde dit verweer en sprak verdachte vrij van het ten laste gelegde feit van verkrachting.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van verkrachting wegens ontbreken van bewijs van dwang.