ECLI:NL:RBUTR:2010:BP2410
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Huurprijsvaststelling bedrijfsruimte met geleidelijke aanpassing wegens onaanvaardbare huurverhoging
De rechtbank Utrecht behandelde een geschil over de huurprijsvaststelling van een bedrijfsruimte met bovenwoning te Utrecht. Omdat niet alle benodigde gegevens voor de wettelijke maatstaf beschikbaar waren, maakte de kantonrechter een schatting op basis van beschikbare gegevens en vergelijkingspanden, waarbij de wettelijke maatstaf als richtsnoer diende. Dit leidde tot een vaststelling van een huurprijs die bijna het dubbele was van de bestaande huur.
De deskundige BHAC kon niet alle huurprijzen over de volledige vergelijkingsperiode van vijf jaar aanleveren, waardoor een gewogen gemiddelde werd berekend waarbij sommige panden slechts gedeeltelijk meetelden. De kantonrechter volgde het deskundigenrapport en oordeelde dat correcties wegens ligging of oppervlakte niet noodzakelijk waren.
De huurder verzocht om een geleidelijke aanpassing van de huurprijs op grond van artikel 7:303 lid 4 BW Pro en beriep zich op artikel 6:248 BW Pro vanwege de onaanvaardbare financiële gevolgen van een plotselinge verdubbeling. De kantonrechter achtte dit verzoek gegrond en bepaalde een gefaseerde verhoging over vier jaar, met jaarlijkse verhogingen naast de contractuele indexering.
Daarnaast werd de huurder veroordeeld tot betaling van wettelijke handelsrente over de achterstallige huur en de proceskosten, waaronder de kosten van het deskundigenonderzoek. De vordering tot een verklaring voor recht omtrent de huurprijs van de bovenwoning werd afgewezen.
Uitkomst: De huurprijs van de bedrijfsruimte wordt vastgesteld met een geleidelijke verhoging over vier jaar tot €18.300 per jaar, met betaling van wettelijke handelsrente en proceskosten door de huurder.