ECLI:NL:RBUTR:2010:BQ4997
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.J. Grapperhaus
- P.W.G. de Beer
- N. van der Velden
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte brandstichting graafmachine en Dixi-toilet
Op 31 mei 2009 werd een brand ontdekt in een graafmachine en een Dixi-toilet op een braakliggend terrein in Utrecht. Verdachte werd samen met twee getuigen in de nabijheid van de brand aangetroffen en aangehouden. De officier van justitie vorderde vrijspraak voor het primair ten laste gelegde feit wegens onvoldoende bewijs van gevaar voor personen of goederen, maar achtte het subsidiair ten laste gelegde wel bewezen.
De verdediging voerde aan dat verdachte de brand niet heeft gesticht en geen strafbare bijdrage heeft geleverd, en dat er geen wettig en overtuigend bewijs is voor opzet. Verder ontbrak informatie over het gevaar voor personen, met name hulpverleners. Diverse getuigen verklaarden aanvankelijk belastend, maar wijzigden hun verklaringen en konden niet concreet aangeven wie de brand had gesticht.
De rechtbank oordeelde dat de actieve betrokkenheid van verdachte bij de branden niet wettig en overtuigend was bewezen. De verklaringen van getuigen waren niet consistent en ondersteunden de beschuldiging onvoldoende. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van zowel het primair als het subsidiair ten laste gelegde feit.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van brandstichting wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs.