ECLI:NL:RBUTR:2010:BZ7800
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.J.A.G. van der Bruggen
- T. Pavicevic
- Rechtspraak.nl
Weigering WW-uitkering wegens ontbreken rechtmatig verblijf en legale arbeid
Eiser, van Turkse nationaliteit, verzocht om een WW-uitkering na het beëindigen van zijn dienstverbanden bij twee bedrijven. Verweerder weigerde de uitkering omdat eiser niet rechtmatig arbeid verrichtte in Nederland en niet als werknemer in de zin van de WW kon worden aangemerkt.
Eiser stelde dat hij als zelfstandige op grond van het Besluit 1/80 EG-Turkije arbeid mocht verrichten en dat hij premies had afgedragen. De rechtbank oordeelde dat eiser ten tijde van zijn werkzaamheden geen tewerkstellingsvergunning had en daarmee geen legale arbeid verrichtte. Hierdoor was het Besluit 1/80 niet van toepassing en had hij geen rechtmatig verblijf op grond van de Vreemdelingenwet 2000.
De rechtbank concludeerde dat eiser niet als werknemer in de zin van de WW kon worden beschouwd en daarom geen recht had op een WW-uitkering. Het verzoek tot terugbetaling van onverschuldigd betaalde premies werd niet inhoudelijk behandeld omdat dit niet tot de bevoegdheid van verweerder behoorde en geen onderdeel was van deze procedure.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WW-uitkering bevestigd.