ECLI:NL:RBUTR:2011:1335
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling opheffing kernhoogleraarfunctie, afwijzing sollicitatie en ontslag na reorganisatie faculteit Bètawetenschappen
Eiser, een kernhoogleraar bij de faculteit Bètawetenschappen van een universiteit, maakte bezwaar tegen drie besluiten: de opheffing van zijn functie per 1 juli 2008, de afwijzing van zijn sollicitatie voor de functie van directeur van de faculteit en zijn ontslag per 5 mei 2010. De rechtbank behandelde deze beroepen gezamenlijk.
De opheffing van de functie was onderdeel van een reorganisatie vanwege financiële tekorten en bezuinigingen. Hoewel eiser aanvankelijk niet tijdig op de hoogte werd gesteld van het reorganisatieplan, oordeelde de rechtbank dat het besluit tot opheffing van zijn functie op voldoende gronden berustte. Het samenstel van werkzaamheden van eiser viel weg door beëindiging van het onderzoeksprogramma SID.
Ten aanzien van de sollicitatie voor directeur werd geoordeeld dat verweerder de afwijzing op inhoudelijke gronden baseerde, ondanks procedurele tekortkomingen. Eiser beschikte niet over de vereiste bedrijfskundige competenties. Wat betreft het ontslag stelde de rechtbank vast dat de ontslagbeschermingstermijn was gerespecteerd en dat voldoende herplaatsingsinspanningen waren verricht. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De beroepen van eiser tegen opheffing van zijn functie, afwijzing sollicitatie en ontslag worden ongegrond verklaard.