ECLI:NL:RBUTR:2011:BP0016
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtszaak over onrechtmatig snoeien en onderhoud van bomen op erfgrens
Eiser stelde dat zijn bomen onrechtmatig door gedaagde waren gesnoeid en afgetopt en vorderde schadevergoeding. Gedaagde vorderde in reconventie de verwijdering van de bomen, vergoeding van onderhoudskosten, en subsidiair onderhoudsverplichtingen en herstel van het voetpad.
De rechtbank oordeelde dat gedaagde zijn verwijderingsbevoegdheid op grond van artikel 5:44 BW Pro te buiten was gegaan door de bomen af te toppen, maar dat eiser geen schade had aangetoond. De primaire vordering tot verwijdering van de bomen werd afgewezen wegens verjaring, omdat de bomen al meer dan 20 jaar op de plek stonden.
De rechtbank wees de onderhoudskosten van gedaagde af wegens misbruik van recht, maar kende de subsidiaire vordering toe dat eiser jaarlijks onderhoud aan de bomen moet plegen om overlast te voorkomen. Vorderingen tot herstel van het voetpad en het afhakken van boomwortels werden afgewezen wegens gebrek aan belang.
De proceskosten werden tussen partijen gecompenseerd. Het vonnis werd gewezen door mr. A.S. Penders en uitgesproken op 22 december 2010.
Uitkomst: Gedaagde ging te ver met snoeien; schadevorderingen afgewezen; eiser verplicht tot jaarlijks onderhoud van bomen.