ECLI:NL:RBUTR:2011:BP0932
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G. Perrick
- J.M. Bruins
- J. Ebbens
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel uit opbrengst gestolen auto's
De rechtbank Utrecht behandelde op 4 januari 2011 een ontnemingszaak tegen veroordeelde die samenwoonde met haar partner. De kosten van levensonderhoud van het gezin werden deels betaald uit de opbrengst van door haar partner gestolen auto's. Veroordeelde was hiervan op de hoogte en heeft daardoor opzettelijk voordeel genoten.
Het financieel strafrechtelijk onderzoek stelde het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op een minimum normbedrag van €795 per maand voor een gezin van twee volwassenen en één kind. De rechtbank matigde het voordeel tot een periode van vijf maanden, de periode die bewezen was verklaard in de eerdere strafzaak, en stelde het bedrag vast op €3.975.
De officier van justitie vorderde €14.310, maar de rechtbank wees het meerdere af. Er was geen reden om aan te nemen dat veroordeelde niet in staat zou zijn dit bedrag te voldoen. De rechtbank legde de verplichting tot betaling van het vastgestelde bedrag op grond van artikel 36e Wetboek van Strafrecht.
Uitkomst: Veroordeelde is verplicht tot betaling van €3.975 aan de staat als ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.