ECLI:NL:RBUTR:2011:BP0969
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.R. Krol
- J. Ebbens
- M.P. Gerrits-Janssen
- Rechtspraak.nl
Vaststelling wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij
De rechtbank Utrecht heeft op 17 januari 2011 in een ontnemingszaak het wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld dat is behaald met een hennepkwekerij. De zaak betreft een veroordeelde die in de periode van 31 mei 2008 tot en met 31 oktober 2008 opzettelijk handelde in strijd met het verbod van artikel 3 onder Pro B van de Opiumwet.
Tijdens de zitting is de officier van justitie gehoord en is het proces-verbaal met de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel besproken. De verdediging voerde aan dat de veroordeelde geen voordeel had genoten, onder meer omdat eerdere oogsten kleiner waren en elektriciteit via de meter werd afgenomen. De rechtbank oordeelde echter dat de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel, gebaseerd op 73 planten bij ontmanteling en de algemene uitgangspunten in het proces-verbaal, juist en aannemelijk was.
De rechtbank verwierp de stelling dat energiekosten buiten de meter waren betaald, omdat dit onvoldoende was onderbouwd. Ook hield zij geen rekening met kosten van €3.000 voor het opzetten van de kwekerij, omdat deze niet waren meegenomen in de berekening. Uiteindelijk stelde de rechtbank het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €11.252,30 en legde de verplichting tot betaling van dit bedrag aan de staat op.
Uitkomst: Het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt vastgesteld op €11.252,30 en de veroordeelde is verplicht dit bedrag aan de staat te betalen.