ECLI:NL:RBUTR:2011:BP1009
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.R. Krol
- J. Ebbens
- M.P. Gerrits-Janssens
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs levering grote hoeveelheid natte hennep
Verdachte werd verdacht van het verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren of aanwezig hebben van 65 kilo natte hennep in de periode van 7 tot en met 9 november 2008. De officier van justitie baseerde haar bewijs op tapgesprekken waarin cijfers werden genoemd die zouden verwijzen naar hoeveelheden hennep en betalingen.
De verdediging voerde aan dat er geen expliciete verwijzingen naar hennep in de gesprekken waren en dat het dossier vol interpretaties zat. De rechtbank oordeelde dat de genoemde getallen in de tapgesprekken onvoldoende onderbouwd waren om te concluderen dat deze betrekking hadden op hennep. Ook de genoemde bedragen kwamen niet overeen met de vermeende hoeveelheden hennep.
Het onderzoek was onderdeel van een groter strafrechtelijk onderzoek naar een criminele organisatie rondom een growshop, waarbij op diverse locaties hennepresten en kwekerijen waren aangetroffen. Ondanks deze context vond de rechtbank het bewijs tegen verdachte onvoldoende om hem te veroordelen.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van het ten laste gelegde feit wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van betrokkenheid bij levering van hennep.