ECLI:NL:RBUTR:2011:BP1024
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.R. Krol
- J. Ebbens
- M.P. Gerrits-Janssens
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs verkoop hennepstekken
Verdachte werd verdacht van het opzettelijk verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren of aanwezig hebben van een grote hoeveelheid hennepstekken in de periode van 10 oktober tot en met 5 november 2008. De officier van justitie baseerde haar bewijs op tapgesprekken waarin zogenaamd gecodeerd werd gesproken over hennepstekken en op cameraobservaties bij een growshop.
De verdediging betoogde dat de tapgesprekken niet overtuigend aantonen dat het om hennepstekken ging en dat de cameraobservaties onvoldoende duidelijkheid boden over de inhoud van de dozen die werden afgeleverd. De rechtbank oordeelde dat de redenering dat lotto- en bingogetallen in de gesprekken hennepstekken zouden betekenen onvoldoende onderbouwd was.
Hoewel verdachte regelmatig de growshop bezocht en er eenmaal dozen werden overgebracht vanuit zijn auto, kon niet worden vastgesteld dat deze dozen hennepstekken bevatten. Daarom vond de rechtbank het bewijs niet wettig en overtuigend en sprak verdachte vrij van het ten laste gelegde feit.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van betrokkenheid bij handel in hennepstekken.