ECLI:NL:RBUTR:2011:BP1900
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- S.C. Hagedoorn
- Rechtspraak.nl
Rechtbank verklaart zich onbevoegd in geschil over advocaatkosten
In deze zaak vordert eiseres, een besloten vennootschap, betaling van een door haar aan gedaagde in rekening gebracht advocaatkostenbedrag. Gedaagde heeft verweer gevoerd dat ziet op de hoogte van de declaratie. De rechtbank verwijst naar artikel 32 juncto Pro artikel 40 van Pro de Wet Toezicht Bewindvoerders en Curatoren (WTBZ), die bepaalt dat geschillen over de hoogte van het door een advocaat aan zijn cliënt in rekening gebracht salaris uitsluitend door de Raad van Toezicht worden beslist.
De rechtbank constateert dat de Wet griffierechten in burgerlijke zaken (WGBZ), die per 1 november 2010 in werking is getreden, deze bepalingen niet heeft gewijzigd of laten vervallen. Hierdoor is de burgerlijke rechter niet bevoegd om van deze vordering kennis te nemen.
Gedaagde is niet verschenen in de procedure en heeft daardoor geen proceskosten gemaakt. De rechtbank verklaart zich daarom onbevoegd en spreekt geen proceskostenveroordeling uit. Het vonnis is gewezen door rechter S.C. Hagedoorn en op 19 januari 2011 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd om van het geschil over advocaatkosten kennis te nemen.