ECLI:NL:RBUTR:2011:BP2988
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetebeding wegens niet-terhandstelling algemene voorwaarden
Covebo, een uitzendbureau, sloot samenwerkingsafspraken met WRF, een schoonmaakbedrijf, waarbij algemene voorwaarden met een boetebeding waren bijgevoegd. WRF nam twee uitzendkrachten van Covebo in dienst voordat zij 2000 uur hadden gewerkt, waarna Covebo een boete factureerde. WRF betwistte de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden en stelde dat zij niet aan het boetebeding gebonden was omdat de voorwaarden niet aan haar ter hand waren gesteld.
De rechtbank overwoog dat de brief waarin de samenwerkingsafspraken waren vastgelegd, inclusief de verwijzing naar de algemene voorwaarden, als een onderhandse akte geldt die dwingend bewijs levert van terhandstelling. WRF kreeg echter de mogelijkheid om tegenbewijs te leveren dat de algemene voorwaarden niet waren bijgesloten. Tevens werd vastgesteld dat WRF gebonden was aan de samenwerkingsafspraken door bekrachtiging, ondanks het ontbreken van vertegenwoordigingsbevoegdheid van de ondertekenaar.
De rechtbank bepaalde dat het bewijs van terhandstelling door WRF mocht worden geleverd, ook via getuigen, en stelde een datum voor een getuigenverhoor vast. Alle overige beslissingen werden aangehouden totdat het bewijs is geleverd.
Uitkomst: WRF wordt toegelaten tegenbewijs te leveren over terhandstelling algemene voorwaarden; overige beslissingen aangehouden.