ECLI:NL:RBUTR:2011:BP3025
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- L.M.G. de Weerd
- J. Ebbens
- M.S. Koppert
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs valsheid in geschrift en oplichting
Verdachte werd verdacht van het samen met anderen of alleen valselijk opmaken van vijf facturen en twee contracten met het oogmerk deze als echt te gebruiken, en van het bewogen tot het afgeven van bonussen door het opnemen van niet uitgevoerde projecten in de bedrijfsresultaten van een bedrijf.
De rechtbank stelde vast dat de facturen vals waren en door een administratief medewerker waren opgemaakt. Verdachte, als financial controller, had wel zeggenschap over de administratie, maar uit het dossier bleek niet dat hij bewust het valselijk opmaken van facturen aanvaardde of placht te aanvaarden. Ook was niet bewezen dat verdachte nauw en bewust samenwerkte met anderen aan deze strafbare feiten.
De verklaring van verdachte van 17 oktober 2003 werd uitgesloten vanwege het ontbreken van de vereiste cautie. Verder kon niet worden vastgesteld wie de handtekeningen op de contracten had geplaatst, en was onvoldoende bewijs voor het oogmerk van wederrechtelijke bevoordeling bij het opnemen van niet uitgevoerde projecten.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van valsheid in geschrift en oplichting wegens onvoldoende bewijs.