ECLI:NL:RBUTR:2011:BP3902
Rechtbank Utrecht
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Ontslag executoriaal beslag op woning wegens ontbreken kwade trouw stromanconstructie
De ontvanger heeft executoriaal beslag gelegd op een woning die formeel eigendom is van de ouders van de belastingschuldige zoon, op grond van vier dwangbevelen voor belastingschulden van de jaren 2007-2009. De ouders hadden de woning in 2004 gekocht en gefinancierd, waarbij de zoon de woning bewoont. De ontvanger stelt dat sprake is van een stromanbeslag, waarbij de economische eigendom en zeggenschap bij de zoon berust, zodat beslag op de woning gerechtvaardigd is.
De voorzieningenrechter overweegt dat voor het aannemen van bevoegdheid tot stromanbeslag vereist is dat zowel de stroman als de schuldenaar kwade trouw hebben gehad om vermogensbestanddelen buiten bereik van schuldeisers te brengen. In deze zaak is geen enkel bewijs dat de ouders te kwader trouw waren bij aankoop van de woning of dat zij deze als stroman voor hun zoon hielden. De woning is gekocht voordat de zoon ondernemer werd en belastingschulden had.
De ontvanger kon niet aantonen dat de ouders en zoon afspraken hadden gemaakt die duiden op een stromanconstructie. De ouders dragen ook het financiële risico van de woning. Daarom is de ontvanger niet bevoegd om beslag te leggen op de woning of conservatoire maatregelen te nemen jegens de ouders.
De rechtbank beveelt opheffing van het beslag en staakt iedere executie tegen de ouders. De vordering tot schadevergoeding wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De ontvanger wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het executoriaal beslag op de woning wordt opgeheven wegens ontbreken van kwade trouw bij de ouders als stroman.