ECLI:NL:RBUTR:2011:BP6243
Rechtbank Utrecht
- Kort geding
- G.A.M.E. van der Burg-van Geest
- Rechtspraak.nl
Verbod op strafrechtelijke ontruiming van gekraakt pand wegens onvoldoende onderzoek en rechtsbescherming
De zaak betreft een kort geding waarin eiser een verbod vordert tegen de strafrechtelijke ontruiming van een gekraakt voormalig schoolgebouw te Utrecht. Het Openbaar Ministerie had aangekondigd het pand te ontruimen op grond van artikel 138a Sr en artikel 551a Sv, maar eiser betwist dat de ontruimingsbevoegdheid reeds bij enkele verdenking bestaat zonder dat de wederrechtelijkheid in een strafrechtelijke procedure is vastgesteld.
De voorzieningenrechter volgt het oordeel van het Gerechtshof Den Haag dat de strafrechtelijke ontruimingsbevoegdheid op grond van een redelijke verdenking berust en dat voldoende rechtsbescherming wordt geboden door toetsing in kort geding. De toetsing in kort geding is indringend genoeg om een effectieve rechtsbescherming te waarborgen, zodat een strafproces niet vereist is.
Echter blijkt in deze zaak dat de officier van justitie geen deugdelijk onderzoek heeft verricht naar de feiten en omstandigheden, zoals toestemming tot bewoning of gedogen door de eigenaar. Hierdoor kan niet worden getoetst of sprake is van een redelijke verdenking van het strafbare feit van kraken. Dit leidt ertoe dat de rechtmatigheid van de ontruiming niet is komen vast te staan en het gevraagde verbod wordt toegewezen.
De Staat wordt veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak bevestigt dat strafrechtelijke ontruimingen aan strikte voorwaarden en voldoende onderzoek moeten voldoen en dat kort geding een effectief rechtsmiddel vormt voor bewoners van gekraakte panden.
Uitkomst: De rechtbank verbiedt de strafrechtelijke ontruiming wegens onvoldoende onderzoek naar wederrechtelijkheid en voldoende rechtsbescherming via kort geding.