ECLI:NL:RBUTR:2011:BP6672
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vernietiging vaststellingsovereenkomst wegens medeschuldenaarschap echtgenoot
De zaak betreft een geschil tussen eiseres en Rabobank Utrecht over een vaststellingsovereenkomst die is gesloten ter voorkoming van een executoriale verkoop van een woonhuis. De echtgenoot van eiseres, [A], had een bedrag van €140.000,- betaald aan Rabobank Utrecht als onderdeel van een gezamenlijke verplichting van meerdere geldschieters om de schuld van [B] aan de bank af te lossen.
Eiseres vordert terugbetaling van dit bedrag met rente, stellende dat zij de overeenkomst heeft vernietigd op grond van artikel 1:88 lid 1 sub c BW Pro, omdat haar echtgenoot medeschuldenaar zou zijn geworden zonder haar instemming. Rabobank Utrecht voert verweer dat de overeenkomst niet onder deze wettelijke bepaling valt omdat het doel was dat [A] de positie van schuldeiser overnam en niet dat hij zich als medeschuldenaar verbond.
De rechtbank oordeelt dat de strekking van de overeenkomst niet is dat [A] zich tot medeschuldenaar maakte ten behoeve van [B] en zijn echtgenote, maar dat hij de positie van Rabobank overnam door haar uit te kopen. Dit doel valt niet onder de bescherming van artikel 1:88 lid 1 sub c BW Pro voor echtelieden. Daarom wordt de vordering van eiseres afgewezen en wordt zij veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot vernietiging van de vaststellingsovereenkomst af en veroordeelt eiseres in de proceskosten.