ECLI:NL:RBUTR:2011:BQ0557
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling juridische vaderschap minderjarige volgens Marokkaans recht
De rechtbank Utrecht behandelde een verzoek tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap van een minderjarige, waarbij sprake was van een huwelijk tussen partijen zowel naar Nederlands als Marokkaans recht. Hoewel het huwelijk volgens Nederlands recht was ontbonden, was onduidelijkheid over de status van het huwelijk volgens Marokkaans recht, hetgeen bepalend was voor het juridische vaderschap.
De moeder stelde dat de man de biologische vader was en verzocht om gerechtelijke vaststelling van het vaderschap en naamswijziging van de minderjarige. De man betwistte het vaderschap en stelde dat Marokkaans recht van toepassing was, waardoor het verzoek niet ontvankelijk zou zijn. De bijzondere curator adviseerde een DNA-onderzoek.
De rechtbank overwoog dat het toepasselijke recht voor het vaderschap Marokkaans recht is, waarbij de man als juridische vader geldt als hij met de moeder gehuwd is volgens dat recht. Gezien het ontbreken van bewijs van echtscheiding volgens Marokkaans recht, werd het huwelijk als nog in stand beschouwd. Daarom is de man de juridische vader. De rechtbank wees het verzoek van de moeder af wegens gebrek aan belang, maar beval een DNA-onderzoek aan om het biologische vaderschap vast te stellen. De kosten van het onderzoek komen voorlopig voor rekening van de staat, met mogelijke kostenveroordeling afhankelijk van de uitkomst.
Uitkomst: De rechtbank stelt vast dat de man de juridische vader is en wijst het verzoek tot gerechtelijke vaststelling vaderschap af, met een DNA-onderzoek ter vaststelling van het biologische vaderschap.