ECLI:NL:RBUTR:2011:BQ0624
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.W. Willems
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening inzake sluiting café en intrekking vergunningen restaurant en café
Op 18 maart 2011 nam het college van burgemeester en wethouders van een gemeente vijf besluiten betreffende de exploitatie van café X en restaurant Y. Het café werd met onmiddellijke ingang voor zes maanden gesloten en de bijbehorende drank- en exploitatievergunningen werden ingetrokken. Voor het restaurant werden de vergunningen eveneens ingetrokken. Verzoekers, exploitanten van beide horecabedrijven, maakten bezwaar en vroegen voorlopige voorzieningen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de burgemeester terecht op grond van artikel 13b van de Opiumwet handhavend kon optreden vanwege de vondst van een handelshoeveelheid cocaïne in café X. De sluiting van zes maanden en intrekking van vergunningen voor het café waren niet onredelijk en in overeenstemming met het handhavingsbeleid. Persoonlijke verwijtbaarheid van de exploitanten speelde hierbij geen rol.
Ten aanzien van de intrekking van de vergunningen voor restaurant Y stelde de voorzieningenrechter vast dat er onvoldoende concrete aanwijzingen waren dat verzoekers niet voldeden aan de eis van goed levensgedrag. De intrekking van deze vergunningen kon daarom niet worden gehandhaafd. De voorlopige voorzieningen tegen deze besluiten werden toegewezen en de intrekking werd geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar.
De verzoeken om voorlopige voorziening tegen de besluiten voor café X werden afgewezen. Verweerders werden veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan verzoekers.
Uitkomst: Voorlopige voorzieningen tegen sluiting en intrekking vergunningen café afgewezen, intrekking vergunningen restaurant geschorst tot zes weken na bezwaarbeslissing.