ECLI:NL:RBUTR:2011:BQ0669
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. Ebbens
- J.M. Bruins
- M.S. Koppert
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak bedreiging en veroordeling poging zware mishandeling en vernieling auto
Op 11 december 2010 heeft verdachte met een veiligheidshamer geprobeerd [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen door hem op het hoofd te slaan, en heeft hij de auto van [benadeelde 2] beschadigd door erop te slaan met dezelfde hamer. De rechtbank acht deze feiten wettig en overtuigend bewezen op basis van getuigenverklaringen, het letsel van het slachtoffer en de vastgestelde schade aan de auto.
Verdachte werd vrijgesproken van het feit van bedreiging, omdat de aangifte van [slachtoffer] het enige bewijsmiddel was en er geen getuigen waren die dit bevestigden. De verdediging stelde dat verdachte verward werd met een ander persoon en dat hij zelf slachtoffer was van een aanval.
De rechtbank oordeelde dat verdachte strafbaar is en legde een gevangenisstraf op van 8 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en bijzondere voorwaarden waaronder reclasseringscontact en voortzetting van psychische behandeling. Daarnaast werd verdachte veroordeeld tot betaling van schadevergoedingen aan de benadeelden voor materiële schade aan het hoofd van €150 en aan de auto van €210,20.
De behandeling van de zaak vond plaats op 23 maart 2011, en het vonnis werd uitgesproken op 6 april 2011 door de meervoudige kamer van de Rechtbank Utrecht. De rechtbank nam het psychologisch rapport mee in haar overwegingen en concludeerde dat de stoornis van verdachte geen invloed had op zijn strafbaarheid.
De rechtbank bepaalde tevens dat de tijd in voorarrest in mindering wordt gebracht op de straf en legde een schadevergoedingsmaatregel op met vervangende hechtenis bij niet-betaling.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van bedreiging en veroordeeld tot 8 maanden gevangenisstraf, waarvan 4 voorwaardelijk, voor poging zware mishandeling en vernieling van een auto.