ECLI:NL:RBUTR:2011:BQ0891
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot tenuitvoerlegging voorwaardelijke gevangenisstraf na niet-nakomen bijzondere voorwaarde
De rechtbank Utrecht behandelde op 11 februari 2011 een vordering tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes weken, opgelegd bij vonnis van 12 januari 2010 en voorzien van een bijzondere voorwaarde op 22 november 2010. Deze bijzondere voorwaarde verplichtte de veroordeelde zich te gedragen naar de aanwijzingen van de reclassering, waaronder het ondergaan van urinecontroles en blaastesten.
De reclassering meldde dat de veroordeelde sinds de toevoeging van de bijzondere voorwaarde geen contact had onderhouden en niet bereikbaar was, wat in beginsel rechtvaardigt dat de rechtbank overgaat tot tenuitvoerlegging. De veroordeelde stelde echter dat hij wel pogingen had gedaan contact te zoeken, maar dat dit miscommunicatie betrof en geen opzettelijke sabotage.
Na contact op 3 februari 2011 en een gesprek op 7 februari 2011 met de reclassering, gaf de veroordeelde aan zich voortaan regelmatig te zullen melden. De officier van justitie wilde de veroordeelde een allerlaatste kans geven en verzocht de vordering af te wijzen. De rechtbank oordeelde dat hoewel de veroordeelde zijn verantwoordelijkheid aanvankelijk onvoldoende serieus nam, zijn gemotiveerde medewerking nu reden is om niet tot tenuitvoerlegging over te gaan, met de waarschuwing dat dit zijn allerlaatste kans is.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot tenuitvoerlegging af en geeft de veroordeelde een laatste kans om aan de bijzondere voorwaarden te voldoen.