Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBUTR:2011:BQ1122

Rechtbank Utrecht

Datum uitspraak
31 maart 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/264 F
Instantie
Rechtbank Utrecht
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 73 Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot ontslag curator wegens vertrouwensbreuk in faillissement

De gefailleerde heeft bij de rechtbank Utrecht een verzoek ingediend tot ontslag van de curator in zijn faillissement op grond van een vermeende vertrouwensbreuk. De gefailleerde stelde dat de curator onrechtmatig handelde door betalingen van een bedrijf niet over te maken aan zijn werkgever, waardoor de noodzakelijke vertrouwensbasis voor een goede afwikkeling van het faillissement was verdwenen.

De curator verdedigde zich door te stellen dat hij volgens de geldende zorgvuldigheidsnormen handelde en dat de betalingen niet aan de werkgever, maar aan de gefailleerde toekwamen. Ook gaf hij aan dat de inning van vorderingen zijn volledige aandacht had.

De rechtbank constateerde dat hoewel de verhoudingen tussen curator en gefailleerde verstoord zijn, dit de efficiënte afwikkeling van het faillissement niet in belangrijke mate belemmert omdat het grootste deel van de werkzaamheden al is afgerond. De rechter-commissaris adviseerde eveneens het verzoek af te wijzen. De rechtbank volgde dit advies en wees het verzoek tot ontslag van de curator af.

Uitkomst: Verzoek tot ontslag van de curator wordt afgewezen omdat de vertrouwensbreuk de afwikkeling van het faillissement niet wezenlijk belemmert.

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT
Sector Civiel
zaaknummer: 10/264 F
uitspraak op grond van artikel 73 van Pro de Faillissementswet (Fw)
(“ontslag curator”)
enkelvoudige kamer
beschikking van de enkelvoudige kamer voor de behandeling van burgerlijke zaken
in het faillissement van
[gefailleerde]
geboren op [1959] te [geboorteplaats] (Turkije),
wonende [adres] [woonplaats],
hierna: de gefailleerde,
advocaat: mr. J. Cortet.
Verloop van de procedure
De gefailleerde heeft op 7 februari 2011 een verzoekschrift ter griffie van deze rechtbank ingediend. De gefailleerde heeft met redenen omkleed verzocht de curator te ontslaan en door een ander te vervangen.
De rechter-commissaris heeft geadviseerd het verzoek af te wijzen.
Het verzoekschrift is behandeld in raadkamer van deze rechtbank van 24 maart 2011. Hierbij zijn verschenen de gefailleerde, zijn advocaat en de curator in bovengenoemd faillissement, mr. [curator] (hierna: de curator).
Beoordeling van het verzoek
Kort gezegd komt het verwijt dat de gefailleerde maakt aan de curator op het volgende neer. De curator handelt onrechtmatig door zijn weigering om de betalingen van [bedrijf 1] (hierna: [bedrijf 1]) over te maken naar zijn werkgever [bedrijf 2], [bedrijf 2] U.A., hierna: [bedrijf 2]. De curator houdt zich niet bezig met het innen van de vorderingen van de (voormalige) onderneming van de gefailleerde, maar alleen met de gefailleerde persoonlijk. Mede door het genoemde handelen van de curator is de vertrouwensbasis die noodzakelijk is voor een goede afwikkeling van het faillissement niet langer aanwezig bij de gefailleerde.
De curator heeft als verweer gevoerd dat hij handelt volgens de geldende zorgvuldigheidsnormen. De betalingen van [bedrijf 1] komen niet aan [bedrijf 2] toe, maar aan de gefailleerde. [bedrijf 1] heeft uitdrukkelijk aangegeven dat zij geen overeenkomst met [bedrijf 2] heeft, maar alleen met de gefailleerde. De inning van vorderingen heeft verder zijn volledige aandacht.
De rechtbank stelt vast dat de verhoudingen tussen de curator en de gefailleerde zijn verstoord, hetgeen een efficiënte afwikkeling van de boedel in de weg zou kunnen staan. Echter, in dit faillissement zijn de werkzaamheden van de curator voor het overgrote deel afgerond. Dit maakt dat de verhoudingen zoals deze op dit moment zijn de efficiëntie van de afwikkeling niet in belangrijke mate in de weg staan. De rechter-commissaris heeft geoordeeld dat de betalingen van [bedrijf 1] aan de boedel toekomen en niet aan [bedrijf 2]. De rechtbank past op dit punt geen oordeel: ook niet over de ‘houdbaarheid’ van de afspraak dat de gefailleerde via [bedrijf 2] werkt in plaats van als zelfstandige. Voor het overige is niet gebleken dat de curator meer met de gefailleerde bezig zou zijn dan met de inning van de vorderingen. De curator heeft inzichtelijk gemaakt op welke manier de gemakkelijk en minder gemakkelijk te innen vorderingen te gelde worden gemaakt.
De rechtbank is van oordeel dat er geen reden is tot ontslag van de curator.
Beslissing
De rechtbank
wijst het verzoek af.
Aldus gegeven in de raadkamer op 31 maart 2011 door mr. R.J. Verschoof, rechter.