ECLI:NL:RBUTR:2011:BQ1137
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- P. Wagenmakers
- J. Ebbens
- A. van Maanen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot vaststelling en betaling wederrechtelijk verkregen voordeel bij hennephandel
De rechtbank Utrecht behandelde een vordering van de officier van justitie tot vaststelling en betaling van het wederrechtelijk verkregen voordeel van verdachte, veroordeeld voor handel in hennep. De vordering betrof een bedrag van €45.320,- gebaseerd op een extrapolatie van vier telefoongesprekken waarin vermoedelijk 1430 hennepstekjes werden verkocht.
De rechtbank oordeelde dat de berekening onvoldoende onderbouwd was. Er was geen bewijs dat verdachte daadwerkelijk de genoemde hoeveelheid hennepstekjes had verkocht, noch dat hij gedurende de gehele periode een vergelijkbare handel dreef. Ook ontbraken aanknopingspunten in het dossier om de omvang van de hennephandel en het voordeel op een reële wijze te schatten.
Daarom wees de rechtbank de vordering van de officier van justitie af. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige strafkamer op 4 april 2011 in aanwezigheid van de rechters P. Wagenmakers, J. Ebbens en A. van Maanen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot vaststelling en betaling van wederrechtelijk verkregen voordeel af wegens onvoldoende onderbouwing.