ECLI:NL:RBUTR:2011:BQ1731
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen politierechter wegens vermeende partijdigheid
Verzoeker heeft de politierechter gewraakt nadat deze het verzoek om de vriendin van verzoeker als getuige te horen had afgewezen. De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 512 Sv Pro en artikel 6 EVRM Pro, waarbij werd gekeken of er objectief bepaalde feiten of omstandigheden zijn die een vrees voor rechterlijke partijdigheid rechtvaardigen.
De kern van het wrakingsverzoek betrof de motivering van de afwijzing van het getuigenverzoek, waarbij de politierechter het noodzakelijkheidscriterium toepaste. De wrakingskamer stelde vast dat het proces-verbaal op ambtseed is opgesteld en dat de afwijzing niet onbegrijpelijk was, noch een aanwijzing gaf voor vooringenomenheid.
De rechtbank benadrukte dat wraking niet bedoeld is om onwelgevallige procesbeslissingen te toetsen, maar enkel om ernstige twijfel aan onpartijdigheid weg te nemen. Omdat geen feiten of omstandigheden waren die een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid opleverden, werd het wrakingsverzoek afgewezen.
De strafzaak zal worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de schorsing wegens het wrakingsverzoek. De beslissing werd uitgesproken door een meervoudige kamer van de rechtbank Utrecht op 19 april 2011.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de politierechter wordt afgewezen wegens gebrek aan objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.