ECLI:NL:RBUTR:2011:BQ2506
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Kuijer
- J.P. Killian
- P.W.G. de Beer
- Rechtspraak.nl
Nietigheid oproeping bij verlenging plaatsingsmaatregel jeugdige wegens onduidelijkheid verblijfplaats
De rechtbank Utrecht behandelde op 22 februari 2011 de vordering van het openbaar ministerie tot verlenging van de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen van een veroordeelde geboren in 1987. De veroordeelde verbleef vermoedelijk niet meer in de inrichting, maar bij zijn moeder, wat onzekerheid veroorzaakte over de juiste verblijfplaats.
De rechtbank constateerde dat de oproeping van de veroordeelde niet volgens de wettelijke voorschriften was betekend. In het dossier ontbrak een betekeningsakte en was slechts een kopie van een oproeping per gewone post aanwezig, gericht aan het adres van de inrichting. Er was geen bewijs dat de oproeping daadwerkelijk was verzonden of dat deze was gericht aan het juiste adres, mede doordat geen uittreksel uit de gemeentelijke basisadministratie was overgelegd.
Tijdens de zitting was de veroordeelde niet aanwezig en kon ook de opgeroepen deskundige van de inrichting niet worden gehoord. De raadsman had geen contact met de veroordeelde kunnen krijgen en wist niet of deze van de zitting op de hoogte was. Gezien deze omstandigheden oordeelde de rechtbank dat de oproeping nietig was, omdat niet was voldaan aan de vereisten van artikel 14h lid 3 Sr en de veroordeelde niet op juiste wijze was opgeroepen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de oproeping van de veroordeelde nietig wegens niet-naleving van de wettelijke oproepvoorschriften.