ECLI:NL:RBUTR:2011:BQ3256
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- L.M. Janssens-Kleijn
- P.M.J.H. Muijlaert
- Rechtspraak.nl
Vaststelling WOZ-waarde woonhuis te Houten na beroep tegen gemeente
Eiser betwist de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van zijn woonhuis te Houten voor het belastingjaar 2010, oorspronkelijk vastgesteld op €419.000,- en na bezwaar verlaagd tot €402.000,-. Eiser voert aan dat de gebruikte referentiewoningen niet correct zijn vergeleken en dat de waarde te hoog is vastgesteld, mede vanwege de kredietcrisis en onjuiste verkoopprijzen.
Verweerder baseert de waardebepaling op een taxatierapport van 30 september 2010, waarin de woning wordt vergeleken met drie referentiewoningen. De rechtbank oordeelt dat twee referentiewoningen voldoende vergelijkbaar zijn, maar dat de gebruikte correctie voor ligging tussen de onroerende zaak en referentiewoning [adres] 27 onvoldoende is. De verkoop van een beter vergelijkbare woning, [adres] 12, wordt door de rechtbank wel als bruikbaar beschouwd.
De rechtbank concludeert dat verweerder niet aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld en wijzigt de waarde naar €395.000,-. De rechtbank wijst het beroep toe, vernietigt de bestreden uitspraak en bepaalt dat verweerder het door eiser betaalde griffierecht vergoedt. De uitspraak is gedaan door mr. L.M. Janssens-Kleijn en mr.drs. P.M.J.H. Muijlaert op 3 maart 2011.
Uitkomst: De WOZ-waarde wordt vastgesteld op €395.000,- per 1 januari 2009 en het griffierecht wordt aan eiser vergoed.