ECLI:NL:RBUTR:2011:BQ4585
Rechtbank Utrecht
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Vonnis over geschil CAO-uitleg en rechtmatigheid staking Imperial Tobacco
Imperial Tobacco vordert in kort geding dat de vakbonden FNV Bondgenoten en CNV Vakmensen worden veroordeeld tot ondertekening van een CAO-tekst en beëindiging van een staking. Het geschil betreft de uitleg van een principeakkoord van 9 juli 2010 over de afbouw van persoonlijke en individuele toeslagen met een extra periodiek. De vakbonden stellen dat zij overeenstemming bereikten dat toeslagen niet worden afgebouwd, terwijl Imperial Tobacco dit betwist.
De voorzieningenrechter past het Haviltex-criterium toe en oordeelt dat onvoldoende duidelijk is of partijen overeenstemming bereikten over de afbouw van toeslagen. De CAO-uitlegnorm is niet van toepassing omdat nog geen bindende CAO is gesloten. Het beroep op dwaling en bedrog wordt verworpen. De staking wordt beoordeeld aan de hand van het Europees Sociaal Handvest (ESH) en het nationale recht. De staking betreft geen belangengeschil in de zin van artikel 6 lid 4 ESH Pro en is daarom onrechtmatig.
De voorzieningenrechter verbiedt de vakbonden verdere collectieve acties te voeren en wijst de vordering tot ondertekening van de CAO-tekst af. De proceskosten worden gecompenseerd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en vormt een voorlopige voorziening in afwachting van een bodemprocedure.
Uitkomst: Vordering tot ondertekening CAO afgewezen en staking onrechtmatig verklaard met verbod op voortzetting.