ECLI:NL:RBUTR:2011:BQ4994
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing executoriaal beslag wegens huurkoopovereenkomst op bedrijfsvoertuigen
In deze zaak stond centraal of tussen eiseres v.o.f. en gedaagde sub 2 een huurkoopovereenkomst was gesloten betreffende twee bedrijfsvoertuigen, de Renault Midlum en de Kowa. Eiseres stelde dat zij eigenaar bleef op grond van deze overeenkomst, terwijl gedaagde sub 1 het executoriaal beslag op de voertuigen had gelegd wegens een vordering op gedaagde sub 2.
De voorzieningenrechter concludeerde dat voldoende aannemelijk was dat een huurkoopovereenkomst was gesloten, waarbij de eigendom pas overgaat na betaling van alle termijnen. Dit oordeel werd onderbouwd door verklaringen van onafhankelijke administrateurs en de inhoud van de schriftelijke overeenkomst van 20 januari 2010. De factuur van 11 januari 2010 en eerdere tenaamstelling van de voertuigen op naam van gedaagde sub 2 konden dit niet tegenspreken.
Gelet op het feit dat gedaagde sub 2 niet alle termijnen had voldaan, was de eigendom niet overgegaan en bleef eiseres eigenaar. Daarom was het beslag van gedaagde sub 1 onrechtmatig en werd dit opgeheven. De vorderingen van gedaagde sub 1 in reconventie werden afgewezen. Tevens werd gedaagde sub 1 veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het executoriaal beslag op de Renault Midlum en de Kowa wordt opgeheven omdat eiseres eigenaar blijft op grond van de huurkoopovereenkomst.