ECLI:NL:RBUTR:2011:BQ5146
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens vrijstelling leerplicht op grond van richtingsbezwaren
Verdachte en zijn echtgenote oefenden het gezag uit over hun kind, die tot 29 september 2010 op een christelijke basisschool zat. Voor het voortgezet onderwijs maakten zij een beroep op vrijstelling van inschrijving op een school vanwege richtingsbezwaren, omdat geen middelbare school in de omgeving aansloot bij hun christelijk holistische levensovertuiging.
De leerplichtambtenaar stelde dat vrijstelling niet mogelijk was omdat het kind al op een school had gezeten, maar de kantonrechter oordeelde dat na het basisonderwijs een nieuwe situatie ontstaat en ouders redelijkerwijs een school mogen zoeken die aansluit bij hun levensovertuiging.
De kantonrechter vond dat verdachte voldoende aannemelijk had gemaakt dat er sprake was van richtingsbezwaren en dat het kind niet welkom was op scholen die wel aansloten bij het onderwijsniveau. Daarom werd verdachte vrijgesproken van het tenlastegelegde schoolverzuim.
De beslissing werd genomen na een zitting waarbij ook de echtgenote als getuige werd gehoord. De officier van justitie had een geldboete gevorderd, maar dit werd afgewezen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van het niet inschrijven van zijn kind op een school vanwege een geldige vrijstelling op grond van richtingsbezwaren.