ECLI:NL:RBUTR:2011:BQ5686
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen handel in heroïne en cocaïne tot 12 maanden gevangenisstraf
De rechtbank Utrecht heeft verdachte veroordeeld voor medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met artikel 2, onder B, van de Opiumwet. Verdachte heeft in de periode januari tot en met oktober 2010 samen met anderen heroïne en cocaïne verkocht, afgeleverd, verstrekt en vervoerd.
De rechtbank baseerde haar oordeel op de bekennende verklaring van verdachte, het proces-verbaal van de doorzoeking bij een medeverdachte en de in beslag genomen administratie. Verdachte voerde een kortere handelperiode aan, maar de rechtbank achtte dit niet aannemelijk gezien schriftelijke communicatie die handel vóór februari 2010 bevestigt.
Hoewel het feit ernstig is en een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend zou zijn, hield de rechtbank rekening met de openheid van verdachte na aanhouding en zijn meewerkende proceshouding. Daarom is een gevangenisstraf van 12 maanden opgelegd, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en bijzondere voorwaarden waaronder begeleiding door de reclassering.
De rechtbank sprak verdachte vrij van wat meer of anders was ten laste gelegd en bepaalde dat de tijd in voorarrest in mindering wordt gebracht op het onvoorwaardelijke deel van de straf. De reclassering is opgedragen verdachte te begeleiden en te ondersteunen bij het naleven van de voorwaarden.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 12 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met reclasseringsvoorwaarden.