ECLI:NL:RBUTR:2011:BQ7177
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- S.C. Hagedoorn
- Rechtspraak.nl
Toepassing arbitraal beding onaanvaardbaar door verwevenheid hoofd- en vrijwaringszaak
In deze civiele procedure vordert Vitens dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart vanwege een arbitraal beding in de overeenkomst tussen partijen. Dit beding bepaalt dat geschillen aan arbiters worden voorgelegd, met uitsluiting van de gewone rechter.
A. Hak erkent de geldigheid van het arbitraal beding, maar stelt dat toepassing ervan in deze situatie onaanvaardbaar is op grond van redelijkheid en billijkheid. De zaak betreft een vrijwaringsvordering die nauw verweven is met de hoofdzaak, waarin beide partijen door een derde partij worden gedagvaard wegens een vermeende onrechtmatige daad.
De rechtbank oordeelt dat het beoordelen van de vrijwaringszaak door arbiters, terwijl de hoofdzaak reeds bij deze rechtbank aanhangig is, onaanvaardbaar is. Dit vanwege de verwevenheid van het feitencomplex, de betrokkenheid van partijen in beide zaken en proceseconomische overwegingen.
De vordering tot onbevoegdverklaring wordt afgewezen en de zaak wordt op 6 juli 2011 hervat voor de conclusie van antwoord. De beslissing over de kosten van het incident wordt aangehouden tot de hoofdzaak is beslist.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep op het arbitraal beding af en verklaart zich bevoegd de zaak te behandelen.