ECLI:NL:RBUTR:2011:BQ7284
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Minimum loonaanspraak per oproep voor museumoproepkracht toegewezen
De zaak betreft een oproepkracht werkzaam als rondleider in een museum die vordert dat zij voor oproepen van minder dan drie uur minimaal drie uur loon ontvangt op grond van artikel 7:628a BW. De arbeidsovereenkomst bevatte geen vaste arbeidsduur of minimum aantal rondleidingen. De rondleidingen werden doorgaans enkele weken van tevoren per e-mail aangeboden, zonder verplichting tot beschikbaarstelling.
De kantonrechter overwoog dat de wetgever met artikel 7:628a BW beoogt inkomenszekerheid te bieden aan werknemers zonder vaste arbeidsomvang of werktijden. Hoewel de werkgever stelde dat de werktijden tijdig bekend waren vanwege het rooster, ontbrak het aan eenduidige afspraken over de omvang van de arbeid. De rechter concludeerde dat de situatie van de oproepkracht onder de bescherming van artikel 7:628a BW valt en zij recht heeft op loon voor drie uur per oproep.
De vordering tot reiskostenvergoeding werd afgewezen omdat de arbeidsvoorwaardenregeling van de gemeente Utrecht deze vergoeding niet toekent aan flexibele arbeidskrachten zoals de eiseres. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten werden eveneens afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De werkgever werd veroordeeld tot betaling van het achterstallige loon met wettelijke rente en proceskosten.
Uitkomst: De werkgever wordt veroordeeld tot betaling van minimaal drie uur loon per oproep aan de oproepkracht.