ECLI:NL:RBUTR:2011:BQ7381
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.L.C.M. Ficq
- A. Kuijer
- P.W.G. de Beer
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak medeplegen diefstal wegens gering aandeel en ongelijkwaardige verhouding
De rechtbank Utrecht behandelde op 19 mei 2011 de zaak tegen verdachte die werd verdacht van medeplegen van diefstal van een bestelbus en winkeldiefstal. Verdachte ontbrak bij de zitting, maar zijn raadsman was aanwezig. De officier van justitie achtte verdachte schuldig op basis van bekennende verklaringen, terwijl de verdediging vrijspraak vorderde wegens onvoldoende bewijs.
De rechtbank oordeelde dat verdachte slechts een beperkte rol had, namelijk op de uitkijk staan buiten de winkel, en dat hij niet betrokken was bij de planning van de feiten. Camerabeelden toonden verdachte niet in de winkel, en medeverdachten verklaarden dat zij de diefstallen zelfstandig uitvoerden. Ook speelde de verstandelijke beperking van verdachte een rol in de beoordeling van de gelijkwaardigheid.
Gezien het ontbreken van een nauwe en bewuste samenwerking achtte de rechtbank het bewijs onvoldoende voor medeplegen. Hoogstens was sprake van medeplichtigheid, maar dat werd niet ten laste gelegd. Verdachte werd daarom vrijgesproken. De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar schadevordering, omdat de grondslag daarvoor niet bewezen was. Het bevel tot voorlopige hechtenis werd opgeheven.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van medeplegen diefstal wegens onvoldoende bewijs en ongelijkwaardige verhouding met medeverdachten.