ECLI:NL:RBUTR:2011:BQ7574
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Z.J. Oosting
- E.A. Messer
- P.W.G. de Beer
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van opzettelijke vrijheidsberoving en wapenbezit
De rechtbank Utrecht behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het samen met anderen onvrijwillig vasthouden van de aangever om geld af te dwingen en het bezit van een vuurwapen en munitie. De rechtbank oordeelde dat hoewel er voldoende wettig bewijs was, de verklaringen van de aangever op belangrijke punten tegenstrijdig en onvoldoende ondersteund waren door objectieve bewijzen en getuigenverklaringen. Zo kon niet worden vastgesteld dat de aangever daadwerkelijk onder dwang in een auto en later in een woning verbleef.
De officier van justitie baseerde zich op verklaringen van de aangever, getuigenverklaringen, het aantreffen van een vuurwapen en DNA-sporen, en observaties op Utrecht Centraal Station. De verdediging stelde dat de verklaringen van de aangever onbetrouwbaar en leugenachtig waren, dat de aangever veel bewegingsvrijheid had en dat er geen bewijs was dat verdachte het vuurwapen in bezit had.
De rechtbank achtte het aannemelijk dat er een dreigende situatie was, mede bevestigd door getuigenverklaringen en een brief van de aangever, maar concludeerde dat dit niet neerkwam op gijzeling zoals bedoeld in de wet. Ook was onvoldoende bewijs dat verdachte het vuurwapen had voorhanden. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van beide feiten. De vordering tot schadevergoeding van de aangever werd niet-ontvankelijk verklaard omdat verdachte was vrijgesproken.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van opzettelijke vrijheidsberoving en wapenbezit wegens onvoldoende bewijs.