ECLI:NL:RBUTR:2011:BQ7655
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Matiging concurrentiebeding wegens onbillijke benadeling werknemer
Tangram B.V. en haar werknemer sloten een arbeidsovereenkomst met een concurrentiebeding van onbepaalde duur. Na beëindiging van het dienstverband werd in een vaststellingsovereenkomst het concurrentiebeding bevestigd, maar beperkt tot één jaar en tot vijf specifieke concurrenten. De werknemer trad binnen zeven maanden na beëindiging in dienst bij een concurrent, waarna Tangram boetes en schadevergoeding vorderde wegens overtreding.
De werknemer voerde onder meer aan dat het concurrentiebeding opnieuw schriftelijk had moeten worden overeengekomen bij verlenging, dat het beding onder dwang was getekend en dat het beding onbillijk was gezien zijn financiële situatie en de verouderde kennis. De kantonrechter oordeelde dat het concurrentiebeding in tijd gematigd moet worden tot zeven maanden omdat Tangram onvoldoende onderbouwde waarom een jaar reëel was en de werknemer door het beding onbillijk werd benadeeld.
De boete- en schadevorderingen van Tangram werden afgewezen omdat de werknemer pas na het verstrijken van de matigingstermijn bij de concurrent in dienst trad. De tegenvorderingen van de werknemer werden eveneens afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De proceskosten werden deels aan Tangram opgelegd en deels gecompenseerd.
Uitkomst: Het concurrentiebeding wordt gematigd tot zeven maanden en de vorderingen van Tangram worden afgewezen.