ECLI:NL:RBUTR:2011:BQ8046
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.J. Grapperhaus
- A. Wassing
- P.W.G. de Beer
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor bedrijfsmatige handel en deelname criminele organisatie in hasj
De rechtbank Utrecht heeft op 15 juni 2011 verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 15 maanden wegens het bedrijfsmatig handelen in grote hoeveelheden hasj en deelname aan een criminele organisatie. De bewezenverklaring betreft leveranties van circa 70, 50 en 52,5 kilogram hasj op respectievelijk 8 september, 13 september en 13 oktober 2010.
De bewijsvoering berust op telefonische tapgesprekken, camerabeelden van een growshop in Nieuwegein, en inbeslagname van hasj in de auto van verdachte. De rechtbank concludeert dat verdachte samen met anderen een gestructureerde rolverdeling had: [medeverdachte 2] en zijn zoon zorgden voor levering, [medeverdachte 1] bracht vraag en aanbod bij elkaar, en verdachte was afnemer.
De verdediging voerde onder meer aan dat verdachte niet wist van de hasj in zijn auto en dat niet alle leveranties bewezen konden worden. De rechtbank verwierp deze verweren en achtte de betrokkenheid van verdachte wettig en overtuigend bewezen voor de leveranties op 8, 13 september en 13 oktober 2010, maar sprak verdachte vrij van leveranties op 29 september en 10 oktober 2010.
Gezien de ernst van de feiten en de omvang van de handel achtte de rechtbank een gevangenisstraf van 15 maanden noodzakelijk. Verdachte had geen eerdere justitiële contacten voor soortgelijke zaken. De tijd in voorarrest wordt op de straf in mindering gebracht.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 15 maanden gevangenisstraf wegens bedrijfsmatige handel in hasj en deelname aan een criminele organisatie.