ECLI:NL:RBUTR:2011:BQ8049
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.J. Grapperhaus
- A. Wassing
- P.W.G. de Beer
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs betrokkenheid bij handel in 52,5 kilogram hasj
Op 13 oktober 2010 werd verdachte verdacht van het samen met anderen voorhanden hebben van 52,5 kilogram hasj. De officier van justitie baseerde zich op camerabeelden waarop verdachte te zien was terwijl dozen met hasj werden uitgeladen en op het feit dat verdachte het telefoonnummer van een medeverdachte, een stekkenboer, in zijn telefoon had staan en een sms-bericht van deze persoon had ontvangen.
De verdediging voerde aan dat verdachte niet wist wat de inhoud van de dozen was en dat het telefoonnummer in verband stond met legale bestellingen voor een growshop. De rechtbank oordeelde dat hoewel het beeld van betrokkenheid niet onaannemelijk was, het bewijs onvoldoende was om te concluderen dat verdachte wist dat de dozen hasj bevatten.
De rechtbank sprak verdachte vrij omdat niet vaststond dat hij op de hoogte was van de aanwezigheid van softdrugs in de dozen die in zijn aanwezigheid werden overgeladen. Het enkele feit dat verdachte contact had met de stekkenboer en een sms-bericht had ontvangen, was onvoldoende om (voorwaardelijk) opzet aan te nemen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat hij wist van de aanwezigheid van hasj in de dozen.