ECLI:NL:RBUTR:2011:BQ8079
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.J. Grapperhaus
- A. Wassing
- P.W.G. de Beer
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor bedrijfsmatige handel en deelname aan criminele organisatie in hasj
De rechtbank Utrecht heeft op 15 juni 2011 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte die samen met anderen bedrijfsmatig betrokken was bij de productie en handel in grote hoeveelheden hasj. De bewezenverklaring betreft leveranties op 8 september, 13 september en 13 oktober 2010, waarbij circa 172,5 kilogram hasj werd verhandeld. De rechtbank baseerde haar oordeel op camerabeelden, tapgesprekken en forensisch onderzoek.
Verdachte trad op als koerier in opdracht van zijn vader en maakte deel uit van een criminele organisatie met duidelijke taakverdeling: levering door medeverdachte 2, afname door medeverdachte 3, en bemiddeling door medeverdachte 1. De rechtbank achtte de organisatie duurzaam en gericht op het plegen van strafbare feiten zoals bedoeld in de Opiumwet.
De verdediging betwistte de bewijsvoering voor leveranties op andere data dan 13 oktober 2010 en het lidmaatschap van de organisatie, maar de rechtbank verwierp deze verweren. Voor leveranties op 29 september en 10 oktober 2010 werd verdachte vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs.
Gezien de ernst van de feiten, de grote hoeveelheden drugs en de rol van verdachte, legde de rechtbank een gevangenisstraf van 12 maanden op, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Tevens werden bepaalde in beslag genomen voorwerpen verbeurd verklaard en andere teruggegeven aan verdachte.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 12 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.